Veldwijdstrijden      Instructie en promotie    Instandhouding raskwaliteit Workingtests

Wat is een Veld (jeugd) wedstrijd

Voor mensen met een jonge hond, die aan veldwedstrijden mee willen gaan doen, is de meest voor de hand liggende volgorde: proberen een jachtgeschiktheidcertificaat te halen, dan meedoen aan de jeugdveldwedstrijden (tot 2 jaar) en dan naar de kampioenschapsveldwedstrijden. Maar er zijn gevallen bekend waarbij deze volgorde niet werd aangehouden en waarbij toch de top werd bereikt.

Een jeugdveldwedstrijd is een niet-kampioenschapsveldwedstrijd, die alleen bestemd is voor jonge honden die op de dag van de wedstrijd de leeftijd van 9 maanden moeten hebben bereikt. Bovendien mogen zij bij aanvang van het betreffende seizoen (bij ons is dat het najaarsseizoen, aanvang 1 juli) de leeftijd van 2 jaar nog niet hebben bereikt. Zij mogen dan voor alle jeugdwedstrijden in het betreffende seizoen inschrijven. Ons wedstrijdprogramma wordt gepubliceerd in diverse bladen, op diverse verenigingssites en op de site van Orweja. Sinds 2013 kan men voor alle veldwedstrijden uitsluitend nog online inschrijven op my.oweja.nl.

Om deel te kunnen nemen aan wedstrijden moet uw hond zijn ingeschreven in het NHSB-register van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Uw hond dient dus op het moment van inschrijving in het bezit te zijn van een Nederlands stamboomnummer. Als hij is geïmporteerd uit het buitenland dan moet de hond beschikken over een zgn. Export-Pedigree van een erkende kennelclub uit het land van herkomst. Hiermee kunt u de hond laten inschrijven in het NHSB-register. Denk eraan dat dit enige tijd in beslag kan nemen.

Met ingang van het seizoen 2012-2013 mogen loopse teven bij ons ook meedoen aan de wedstrijden. Zij doen niet mee in de loting en lopen als laatste. Eigenaren wordt dringend verzocht de loopse teven totdat zij aan de beurt zijn, zoveel als mogelijk is uit de buurt van de andere deelnemende honden te houden.

De Jachtcommissie SUN geeft honden die een jachtgeschiktheidcertificaat hebben gehaald voorrang bij de inschrijving op de jeugdveldwedstrijden maar ook honden die alleen een africhtcertificaat of helemaal geen certificaat hebben gekregen kunnen gewoon inschrijven. Aan de meeste jeugdwedstrijden (3 à 4 per seizoen) kunnen maar 12 honden deelnemen. Bij over inschrijving wordt er door de jachtcommissie geloot. Mocht u zijn uitgeloot, dan wordt u hiervan uiterlijk 10 dagen voor de wedstrijd, per email, op de hoogte gebracht. Degenen die kunnen deelnemen krijgen uiterlijk 10 dagen voor de wedstrijd de deelnemerslijst doorgemaild, vergezeld van de gegevens omtrent de verzamellocatie en betaling. Ook wordt door de organisatie vooraf de loopvolgorde bekend gemaakt. U dient zelf uw deelnemerslijst uit te printen en mee te nemen naar de wedstrijd.

Wanneer u vragen heeft kunt u altijd bellen of mailen met de wedstrijdadministratie. Kijk op onze site voor de gegevens.

Het verschil van een jeugdveldwedstrijd met een certificaatdag is dat het bij de laatste meer om de africhting/training van de hond gaat, terwijl er op een jeugdwedstrijd meer gekeken wordt naar de natuurlijke jachtaanleg. Belangrijk is dat de hond van nature weet wat er van hem verlangd wordt in het veld, beschikt over will-to-please (het voor de baas willen werken); er wordt gekeken naar het samenspel met de baas en hij moet een natuurlijk apport doen.

We verzamelen rond half 9 op de aangegeven plaats. Als deelnemer mag u 1 gast meenemen. Evt. nog een extra belangstellende meenemen kan in sommige gevallen wel, maar uitsluitend na vooraf telefonisch overleg met de wedstrijdleider, die bij elke wedstrijd op de site vermeld staat.

Op jeugdveldwedstrijden kan men de wedstrijd vaak nog wel een beetje volgen (een verrekijker is handig). Dit is op andere wedstrijden meestal niet mogelijk is. (B.v. omdat het terrein zich daar niet voor leent of om veiligheidsredenen). Denk er om dat wij te gast zijn in vaak kwetsbare natuurgebieden, waar we heel zuinig op moeten zijn. Als er iets gebeurt tegen de zin van onze gastheer dan zal hij zijn veld wellicht de volgende keer niet meer beschikbaar willen stellen.

Zorg dat u op tijd bent. U wordt welkom geheten door de wedstrijdleider, hij vertelt u hoe de dag gaat verlopen, de route naar het veld, vraagt wie er ’s avonds blijft eten worden. Dan vertelt een van de keurmeesters een en ander over de inhoudelijke kant van de wedstrijd. Sinds een aantal jaren doen we ons best om elke hond 2 keer een beurt van ongeveer 7 à 8 minuten te laten lopen. Als het mogelijk is in twee verschillende soorten terrein, b.v. ’s morgens in de bieten en ’s middags in riet/bramen. Het is zinvol hiervoor wel beschermende kleding te dragen (waxjas/-broek of losse pijpen en laarzen).

U moet zelf in de gaten houden wanneer u aan de beurt bent en zorgen dat u dan klaar staat. De wedstrijdleider zal u hier wel behulpzaam bij zijn. Als u vragen heeft kunt u ook bij hem terecht. Verder dient u zijn/haar aanwijzingen op te volgen en moeten de honden op het terrein (behalve tijdens de beurt) aangelijnd zijn.

We lunchen op een enkele uitzondering na, vrijwel altijd in het veld. U moet uw eigen lunch meenemen. Denk ook aan uw hond. Zorg dat u altijd een bidon water bij u heeft tijdens de wedstrijd,   zeker op dagen dat het nog warm is.

Als u aan de beurt bent loopt u met de hond in het midden, met aan weerskanten een keurmeester en aan de zijkanten (op max. 20 m.) een jager met geweer. In de bieten kan de keurmeester de stijl van de hond beoordelen, of hij mooi ruim en zelfstandig zijn terrein uitwerkt, goed gebruik maakt van de wind en zo mogelijk een punt maakt op wild. Dit betekent dat de hond in een soort ruitenwisserpatroon zijn slagen maakt waarbij hij steeds probeert de wind in de neus te krijgen zodat hij lucht krijgt van in dat terrein aanwezig wild (meestal konijn, fazant). Dat wild moet hij dan bewust uitstoten (flushen), waarna de hond steady moet zijn (gaat zitten), zodat het wild geschoten kan worden, waarna de hond dat op commando mag apporteren. In de zwaardere dekking ’s middags kan de hond laten zien of hij over moed en doorzettingsvermogen beschikt.

Wat je eigenlijk elk jaar weer ziet op de jeugdwedstrijden en wat je ook na afloop terughoort in het verslag van de keurmeester, is dat veel -vooral onervaren- voorjagers hun hond nog te veel aanwijzingen geven. Hierdoor komt de hond ook steeds ‘vragen’, waardoor hij niet lekker vrij zoekt, maar wat geremd is en waardoor hij bv. ook wild kan missen. Probeer de hond zoveel mogelijk te laten gaan, geef hem zo weinig mogelijk aanwijzingen en laat hem z’n eigen initiatief ontwikkelen. Hou zelf wel altijd goed de windrichting in de gaten en maak daar ook gebruik van. Een hond die zelfstandig werkt en goed de dekking aanneemt is een lust voor het oog. Ook zal u er zelf dan meer ontspannen bij lopen.

Maar een jeugdveldwedstrijd is natuurlijk niet voor niets een jeugdveldwedstrijd. Op een jeugdveldwedstrijd gaat het er ook om dat de hond ervaring op kan doen. Het hoeft allemaal nog niet 100% perfect te gaan. Er wordt dan ook iets minder streng gekeurd als op de kampioenschapsveldwedstrijden (CAC/CACIT). De hond wordt er niet direct uitgegooid voor fouten die op de overige wedstrijden wel tot diskwalificatie kunnen leiden. Denk daarbij aan o.a.: inspringen (niet steady zijn bij opgaand wild, het wild een stukje achtervolgen); enige ongehoorzaamheid (enkele keren niet reageren op fluitsignalen), een keer wild missen (in het terrein aanwezig wild niet opmerken, wat wel b.v. achter de hond eruit komt of door een keurmeester eruit gelopen wordt).

Ernstige fouten zullen de hond echter wel worden aangerekend. Zo kan hardheid in de bek (de hond bijt op het wild) of het weigeren van een apport wel tot uitsluiting leiden. Ook het bij herhaling negeren van fluitsignalen en achtervolgen van wild wordt niet op prijs gesteld.

Ook hier geldt dat u het oordeel van de keurmeester ten allen tijde moet respecteren. Door uw hond voor een wedstrijd in te schrijven, vraagt u zelf aan de keurmeester de verrichtingen van uw hond op dat moment te beoordelen. Hij ziet vaak meer of bepaalde dingen anders als u en het is een moment opname. De dag er voor of er na kan uw hond het heel anders doen.

Het kan dus een enkele keer gebeuren, dat alles niet verloopt zoals u verwacht of gehoopt had, blijf dan sportief, houdt u aan de regels en ga hierover tijdens de wedstrijd niet in discussie met de keurmeester. Na de uitslagen zal hij best bereid zijn zijn zienswijze nader aan u uit te leggen, daar kunt u dan wellicht weer uw voordeel mee doen bij volgende wedstrijden.

Als de hond in zijn beurt(en) wel een punt op wild heeft gemaakt, maar geen apport heeft kunnen doen doordat er b.v. niet geschoten of mis geschoten is, dan krijgt de hond achteraf een koud apport: een eerder geschoten stuk wild wordt buiten het zicht van de hond weggelegd. Men laat de hond een klein stukje jagen, er wordt een schot gelost waarop de hond moet gaan zitten. Daarna mag hij op commando het wild zoeken en apporteren. Indien mogelijk probeert men de hond echter wel warm wild te laten apporteren.

Als b.v. een hond in zijn beurt al een apport heeft gedaan en er wordt nogmaals wild geschoten, dan kan een hond die alleen nog een apport moet doen, daarvoor tijdens of direct na de beurt van die andere hond worden opgeroepen. De wedstrijdleider kan u in zo’n geval vragen met de hond in de buurt te blijven. Ook als u verder vragen heeft of iets u niet geheel duidelijk is, kunt u zich altijd tot de wedstrijdleider wenden.

Op jeugdveldwedstrijden worden wel kwalificaties gegeven (Uitmuntend, Zeer Goed, Goed en een plaatsing) maar geen kampioenschap. Honden die dat seizoen nog geen waterwerk hebben gedaan (apport van een eend uit diep water) moeten dit alsnog doen. Dit waterwerk moet vermeld worden in een zogenaamd werkboekje en moet ondertekend worden door een van de bij die proef aanwezige officiële keurmeesters. Dit is dan verder het hele seizoen geldig.

Bij jeugdveldwedstrijden is een werkboekje niet verplicht, maar het is toch wel zinvol om nu al zo’n boekje aan te schaffen om daarin alle resultaten van uw hond bij te houden, ook al is het bij ons alleen verplicht bij alle kampioenschapsveldwedstrijden. In het buitenland is het werkboekje echter bij elke wedstrijd verplicht. Het werkboekje moet ’s morgens bij aankomst worden ingeleverd bij de wedstrijdleider. U dient zelf vooraf de gegevens van betreffende wedstrijd in te vullen. Let op dat u het niet vergeet, want na de uitslag worden de werkboekjes niet meer in behandeling genomen.

Het boekje heeft 2 kanten, u kunt er ook de evt. behaalde resultaten in noteren van jachthonden proeven. Let erop bij het invullen, dat u aan de juiste kant (veldwedstrijden) de gegevens invult.

Werkboekjes kunt u aanvragen door overmaking van € 5,- op bankrek. 43.55.97.507 t.n.v. Commissie Jachthonden te Oud-Beijerland onder vermelding van “werkboekje”. Na ontvangst van het bedrag wordt dit z.s.m. aan u opgestuurd.

Nadat de keurmeesters hun overleg hebben afgerond, zal de wedstrijdleider eerst nog even het woord nemen. Daarna volgt de uitslag. Alle honden worden door de keurmeester besproken. Dit is heel leerzaam. Honden die een kwalificatie hebben gehaald krijgen een mooi diploma en de nummer 1 krijgt tevens een beker.

Er is ook een speciale puntentelling voor veldwedstrijden. Deze kunt u vinden in het Algemeen Veldwedstrijd Reglement (met Supplement voor Spaniels), te downloaden op de site van de Orweja bij reglementen. Hierin staat alles over de regels op veldwedstrijden en van degenen die aan wedstrijden mee willen gaan doen wordt verwacht dat zij van de inhoud op de hoogte zijn.

Om het competitie-element wat te stimuleren is er een wisselbokaal (de Dashhill-bokaal) voor de beste jeugdhond over alle jeugdveldwedstrijden van het betreffende seizoen.

Bovendien wordt er bij elke wedstrijd een zgn. gewerenprijs uitgereikt: een aardigheidje dat door de ‘geweren’ wordt gegeven aan de eigenaar van de hond die hen op een of andere manier die dag het meest heeft aangesproken. Dit is vaak een heel andere keuze dan die van de keurmeesters.

Over het algemeen blijven veel deelnemers na afloop eten, dit is altijd heel gezellig en je leert elkaar wat beter kennen. Een deel van deze deelnemers en honden zie je later ook weer terug op de kampioenschaps veldwedstrijden. Ook zijn er honden die je helaas nooit meer terug ziet, omdat de baas het wedstrijdgebeuren niet zo leuk vindt of omdat ze de hond alleen nog maar voor de jacht willen gebruiken. Maar een combinatie van beide is met een spaniel ook heel goed mogelijk en zelfs aan te bevelen. Een ding is zeker: werken met een spaniel is verslavend, als je er één keer aan begonnen bent, kom je er meestal niet meer vanaf.